Deze leidraad beschrijft de relatie tussen Smart Mobility en aanleg en instandhouding van (rijks)wegen. Met Smart Mobility wordt in dit kader gedoeld op (autonome) ontwikkelingen en toepassingen gericht op de automatisering en digitalisering van het (weg)verkeer.
Achtergrond
Op zowel lokaal, regionaal als (inter)nationaal schaalniveau kunnen Smart Mobility toepassingen een bijdrage leveren aan de maatschappelijke doelstellingen als bereikbaarheid, verkeersveiligheid en duurzaamheid. Het toekomstperspectief automobiliteit 2040 beschrijft dat voertuiginnovaties zoals
rijtaakondersteuning en automatisering van invloed zijn op de automobiliteit. De ontwikkeling van intelligente (rijhulp)systemen biedt de kans om wegcapaciteit beter te benutten en de mobiliteitsvraag te beïnvloeden, maar kan er ook toe leiden dat mensen vaker de auto pakken. Voorbeelden van toepassingen zijn iVRI’s, iWKS, connected and automated driving en incar rijhulpsystemen.
Smart Mobility ontstijgt de fase van pilots in projecten. Een structurele borging in ‘de lijn’ is wenselijk en noodzakelijk, zowel binnen IenW en RWS als ook bij de regionale wegbeheerders. Bovendien vraagt de ontwikkeling van Smart Mobility om duidelijke afspraken wat er op landelijk niveau wordt opgepakt (en dus als randvoorwaardelijk meegenomen wordt) en wat op regionaal/lokaal niveau geïmplementeerd wordt in gebiedsaanpakken en MIRT-projecten.
Naar publicatie:
• Leidraad Smart Mobility bij aanleg en instandhouding (pdf)